FUCHS & DE KUNST
VAN HET KIJKEN






Deze zomer is in het Stedelijk Museum de tentoonstelling Opwinding te zien, met daarin aankopen en andere favorieten van oud-directeur Rudi Fuchs. Onze redacteur Ko van ’t Hek sprak hem in de tentoonstellingsruimte en vroeg hem naar de kunst van het kijken.

Naar kunst kijken is niet moeilijk. Je moet alleen vergeten dat je moet begrijpen. “Mensen hebben op school geleerd dat je dingen moet begrijpen, dat dingen iets betekenen. Maar wat betekent een appel? Begrijp jij een appel? Sommige dingen begrijpen we niet, en dat is helemaal niet erg.”

Dat is ook de functie, dat het iets is wat je niet begrijpt.

Langzaam schuifelt Fuchs (1942) over de tentoonstelling die hij samenstelde in het Stedelijk Museum. Het is donderdagmiddag – het museum is open voor publiek – en we zitten in de tentoonstelling, op twee van de stoeltjes die er staan. Ze zijn door Donald Judd ontworpen en lijken kunst. Niemand durft erop te zitten. Fuchs wel. Het waren immers zijn werkstoelen toen hij nog directeur van het Stedelijk was. Over vragen denkt Fuchs lang na. Zijn antwoorden zijn lange meanderende overdenkingen, met af en toe een rake oneliner.

(c) Merlijn Doomernik - Rudi Fuchs op zijn werkstoel (Donald Judd), Stedelijk Museum

Je hoeft het niet te begrijpen

“Het enige wat je moet doen, is kijken wat je ziet. En daar moet je de woorden bij zoeken. Wat je ziet dat zie je. Je moet niet nagaan wat het zou kunnen voorstellen, want dan ga je zoeken naar iets wat je niet kunt vinden. Het is namelijk altijd een geheim. Dat is ook de functie, dat het iets is wat je niet begrijpt. Het geeft ons een andere manier van denken. Omdat we het niet begrijpen, gaan we andere dingen denken.”

“Als je van het idee afstapt dat je het moet begrijpen, kun je op je gemak gaan kijken. Dan zie je dat er iets gebeurt. In een schilderij kun je alles zien, het is alleen maar oppervlakte. De kunstenaar heeft zelf geen fantasie, die doet alleen maar wat hij kan. Arnulf Rainer bijvoorbeeld kon geen rechte lijnen schilderen, dus maakte hij dit werk. De fantasie heb jij als kijker wél. Je kunt er alles in zien. Er is geen slechte reden om iets mooi te vinden. Alles mag.”

(c) Gert Jan van Rooij - Zaalopname 'Opwinding', Stedelijk Museum (rechtsonder: Arnulf Rainer - Accumulation, Stamping in Red Sand, 1974-1975)

(c) Gert Jan van Rooij - Zaalopname 'Opwinding', Stedelijk Museum (rechts: A.R. Penck - Markus, 1973)

“Het is niet erg als je het niet begrijpt.” Hij wijst naar een schilderij van A.R. Penck (Markus, 1973) aan de andere kant van de zaal. “Toen ik het voor het eerst zag dacht ik ‘wat zie ik godverdomme nou?’. Het is een geel doek, met rode en blauwe lijnen. Een verzameling bewegingen. Tierelantijnen. Allemaal kromme rijen.” Na een korte pauze: “Je hebt twee soorten lijnen: rechte en kromme.”

Een hoogleraar zei ooit tegen Fuchs, dat als je niet kan beschrijven wat je ziet, zie je het niet. De beschrijving vinden voor wat je ziet, is voor Fuchs belangrijk. Dat was het in zijn werk als museumdirecteur en dat is het in zijn werk als columnist bij De Groene Amsterdammer. Voortdurend op zoek naar de woorden voor wat hij ziet. “Ik merkte op jonge leeftijd dat het kijken naar dingen – een boom of een landschap – mij bevredigde. Ik heb heel veel gezien, en dat vind ik prettig. Toen ontdekte ik dat ik goed kon schrijven over wat ik zag. En ik kan eigenlijk niks anders.”

“Maar wat betekent een appel? Begrijp jij een appel?”

Om ons heen loopt nietsvermoedend publiek. Soms wordt Fuchs herkend. Mensen blijven staan om te luisteren, of onderbreken hem om hem te bedanken voor de tentoonstelling. Hij geniet zichtbaar van de aandacht.


“Ik heb er ook geen verstand van”

“Ik raad aan om te bekijken hoe een kunstwerk is gemaakt. Sommige mensen zeggen dan ‘maar ik heb er geen verstand van’. Ik ook niet. Maar je kunt kijken en formuleren wat je ziet. Een dier kan dat niet, wij wel. Een schilderij is objectief: wat er staat, staat er nu en dat staat er over honderd jaar nog. Er is niet één vaste betekenis, ook niet in een schilderij van Rembrandt.”

“Ik vind eigenlijk dat je zo lang moet kijken naar een schilderij als dat de schilder erover heeft gedaan om het te schilderen”

“Je moet steeds blijven vaststellen wat je precies ziet. Daarom staan er op de bordjes ook geen namen van de kunstwerken. Dat leidt alleen maar af. Je gaat kijken of het klopt, en dan zit je al in een soort tunnelvisie.” Eigenlijk wilde Fuchs ook geen namen van kunstenaars op de bordjes, maar dat ging het museum te ver. “Zonder de bordjes, hoop ik dat het schilderij alle fantasie voor de kijker openvouwt.”

(c) Gert Jan van Rooij - Zaalopname 'Opwinding', Stedelijk Museum

Kijk langer en zie meer

“Het is een groot probleem dat mensen gemiddeld maar negen seconden naar een schilderij kijken. Naar een symfonie luister je zolang als het duurt, hetzelfde geldt voor een toneelstuk. Een schilderij heeft geen begin en geen eind. Je kunt overal beginnen. Ik vind eigenlijk dat je zo lang moet kijken naar een schilderij als dat de schilder erover heeft gedaan om het te schilderen. Heeft hij er een dag over gedaan? Dan moet je er een dag naar kijken. En ik garandeer je, je ziet dan meer.”

“Als je even voorbijloopt dan heb je het niet gezien.” Dat is ook de reden dat die stoeltjes er staan.” Fuchs staat op en nodigt me uit recht voor een werk te zitten. “Als je goed kijkt, is dat prettig. Net als een glas wijn, dat proef je ook beter als je de tijd neemt. En seks is ook een stuk lekkerder als je er langer over doet. Je moet niet bang zijn, je moet kijken wat je ziet.”


Dit interview verscheen eerder op SSBA Salon.

Contact

ko[a]kovanthek.nl

of 0617382656

Altijd in voor werk. Altijd zin in koffie.