DE MAN ZONDER FOTO'S



Laat mij u terugnemen naar halverwege de jaren 90. U weet wel, de tijd dat we bij foto’s nog dachten aan rolletjes en echte boeken met echte kaften waar we foto’s daadwerkelijk in plakten. Toen we nog 1-uur-ontwikkelservices van de HEMA hadden, in plaats van de 1 miliseconde-service van Apple. Ik was ongeveer 8, en ik had het toen niet zo op fotografie. God weet hoe ik er aan kwam, maar ik wilde pertinent niet op foto’s.

Het is toch fucking eng om bekeken te worden terwijl je er niet bij bent? Als Rob Moorees schreef toen hij de prachtige tentoonstelling Life is Strange, afgelopen zomer te zien in Huis Marseille, samenstelde: “De foto niet als eindpunt, niet als bewijs van het geziene, maar eerder als het begin van een waarneming waarbinnen nog alles mogelijk is.”

Moorees heeft het hier over fotografie als kunst. Dat de kijker van alles in de foto kan zien. Ik dacht alleen maar: Ik wil niet dat je me ziet, als ik niet terug kan kijken.

*

Acht jaar oud en bang om bekeken te worden, bang om herinnerd te worden, bang om er te zijn als je eigenlijk niet bent. Die kracht van fotografie, die is beangstigend. Alsof ik op die leeftijd al het werk van de Amerikaanse filosoof Susan Sontag kende.

Zij zegt in haar beroemde werk On Photography: “Mensen fotograferen staat gelijk met hen schenden, hen zien zoals ze zichzelf nooit zien, iets van hen weten wat zij zelf nooit weten. Het maakt mensen tot objecten die symbolisch in bezit kunnen worden genomen.”

Los van het roofzuchtige van fotografie, zit er ook iets heel moois in het niet op foto’s staan. Dat, als je er straks niet meer bent, er geen bewijs van is dat je echt hebt bestaan. Geen bewijs van de slagroomtaart met acht kaarsen die ik in één keer uitblies, niet van die ene vakantie in Noord-Spanje. Nooit heb ik in groep 6 gezeten van openbare basisschool De Tweemaster.

Als een windvlaag, voor mijn part als een orkaan. Dat mensen nog wel zien dat je er bent geweest, maar niemand meer weet hoe je eruit zag.

*

Zo anders is 2015. Zo anders ben ik ook in 2015. Bijna 40 jaar na het verschijnen van Sontags boek is fotografie overal. Musea hangen er vol mee, en eindeloos scrollen en swypen wij ons langs foto’s van ondergaande zonnen, selfies, sailfies, stemfies, saaifies, stripfies, stressfies, belfies, welfies, drelfies, bedfies, en, ja ik ook, langs potentiele bedpartners.

Zo snel als foto’s nu gemaakt worden, zo snel bekijken we ze. Seconde voor seconde voor seconde.

*

En dat is toch eigenlijk wel een gek idee. Dat het zover heeft moeten komen. Dat ook ik er nu voor kies om voortdurend naar links, maar meestal naar rechts, bekeken te worden. Dat ook ik mijzelf laat objectiveren en symbolisch in bezit laat nemen. Dat blijft een gek idee. Dat.

En, dat hoewel ik graag naar musea ga, het blijft een gek idee dat ik de meeste foto’s toch zie op mijn kleine schermpje, op Tinder.

Contact

ko[a]kovanthek.nl

of 0617382656

Altijd in voor werk. Altijd zin in koffie.